Dit is een blog die oproept tot een nieuwe standaard. De standaard 4810N. De standaard voor samenstellen van niet-financiele informatie specifiek duurzaamheidsverslagen. Een standaard die een zusje is van NVCOS 3810N. De controle-standaard voor controleren van niet-financiële informatie, of gewoon een duurzaamheidsrapport. Bijvoorbeeld opgesteld op basis van CSRD/ESRS of GRI….of nu de VSME . En dit blogje is ook een kleine terugblik op de afgelopen week. De week na Omnibus….

Wat sneu?

Vanaf 2004 zijn we bezig een accountant te zijn voor impact. En om zelf ook een sociale werkgever te zijn. Vanaf 2019 zijn we gestart met ‘Afier Impact Accountants’, heb ik de ESG-reporting en assurance opleiding aan de RUG mogen volgen en vanaf 2022 gingen we vol aan de slag met CSRD. Alle opleidingen bij SRA en daarbuiten werden gevolgd en een team van 7 (vooralsnog parttime) ESG-auditors werd opgetuigd. Vanaf 2024 gingen we zelfs nog verder door ook een full time ESG-adviseur aan te nemen. Zelf had ik na mijn hartoperatie van mei 2024  veel van mijn tijd mogen besteden aan de opbouw van ‘Impact Accountants’, aan de CSRD-implementatie, educatie, commissies en colleges. Schreef blogs en deed mee aan consultaties. Nog recent had ik gesprek met mijn ‘politiek leider in de tweede kamer’ en zond hem paar apps en brief over belang en nuchter omgaan met CSRD’. Kortom op kantoor en daarbuiten ben ik (in het vak) goed verbonden met de implementatie van de CSRD. De afgelopen week kwam één van de collega’s die niet in het team zat aan mijn bureau staan. Wat toch sneu voor jou dat het met de CSRD zo uitpakt sprak de collega met vertedering. Ik keek er van op. Zelf was ik vanaf de kerst drukdoende om ‘de wat smalle benadering van CSRD-audits breder op te zetten’. Dat kwam trouwens ook door enkele DMA-assessments die echt wel tot gesprek over missie & visie, strategie en lange termijn perspectieven kwam. En dat is erg motiverend.

Dus: de collega’s leefden mee. Mijn gedachten gingen meer uit naar Kaplona Akter. de Bengaalse vakbondsvrouw die al zo’n 35 jaar strijd voor betere omstandigheden in de naaiateliers in haar land. De vakbondsvrouw die toch zeker een jaar of 2 gedacht moet hebben dat Europa nu echt een stap voorwaarts ging maken. Met de CSDDD en zeker ook met ESRS en de daarin opgenomen visie op effecten in de keten. Mijn krant schreef ‘naaiateliers in Bangaldesh hoeven niet meer op Europa te rekenen’. Dat was juist wat mij treurig maakte. En natuurlijk ook de ‘enthousiaste’ reactie die ik oppikte in de wandelgangen van klanten en niet-klanten: gelukkig we kunnen wel door, maar hoeven geen accountantscontrole meer toe te passen….blijkbaar toch akelig die accountants….als NBA-ambassadeur denk ik dan: we hebben nog wel wat te doen aan het zichtbaar maken van onze toegevoegde waarde. Of blijven we te boek staan als ‘check-de-box-denkers’….

Meer lezen: Naaiateliers in Bangladesh hoeven niet meer op Europa te rekenen. ‘Het lijkt alsof mensenrechten een linkse hobby zijn’ | Trouw

Tien jaar na Rana Plaza: is er iets verbeterd in de kledingindustrie? | Trouw

Foto’s; Trouw

Juist je zin gekregen?

Toen ik d’r wat verder over nadacht kreeg ik wel een beetje het gevoel dat ik met de komst van VSME 2.0 en de afschaling van ESRS (immers nu hoeven alleen maar bedrijven met meer dan 1.000 medewerkers en 50 mln. omzet of 25 mln. balanstotaal transparant te zijn op basis van ESRS)…ook wel mogelijkheden met zich meebrengen.

Voor de operatie zat ik thuis of op het kantoor van mijn vrouw in onze woonplaats. Ik reisde even minder en werd bijna 24 uur in de gaten gehouden. Een van de ‘voordelen’ van 3 verkalkte kransslagaders…..ik had dus volop tijd om mee te doen aan de consultatie van de VSME. Met plezier deze bestudeerd en mijn 8 kantjes commentaar geschreven. Ik legde het ook vast in een blogje. Hoorde overigens nooit iets terug…zelfs geen ontvangstbevestiging. Blogje:

Meer lezen: VSME: keep it simple – Kreuzeman

Nou ja, ik kreeg niet op alle punten mijn zin. Ik wilde graag 13 inhoudelijke wijzigingen doorvoeren. Dat is niet echt gelukt. En mijn hoofddoel was een indeling van CSRD-ESRS-VSME aan de hand van de logische/bekende criteria die we ook gebruiken bij de verslaggevingsregels. Helaas is er nu weer een nieuwe indeling toegevoegd:

  • 250 medewerkers is 1.000 medewerkers geworden;
  • 2 van de 3 criteria is 1 + 1 van 2 criteria geworden. Dus altijd > 1.000 medewerkers en dan één van de twee omzet of balanstotaal.

Deze standaard is weer even wennen.

Mooi dat ik een beetje mijn zin kreeg omdat de VSME simpeler werd. Niet de keuze meer uit 4 opties, maar 2. Gewoon basis of ook uitgebreid. Dat is een goede stap vooruit. Daarnaast pleite ik dus voor indeling in groot, middelgroot, klein en micro conform de normale verslaggevingsstandaarden.. De eerste zou dan gekoppeld worden aan ESRS en de laatste twee aan VSME in verschillende vormen. Als we dat vertalen na de huidige situatie (qua medewerkers) dan ziet het er nu zo uit:

Categorie Mijn voorstel qua mede-werkers Is nu aantal medewerkers ESG
Groot >250 > 1.000 CSRD-ESRS
Middelgroot >50 < 1.000 Vrije keuze: VSME-Basis of VSME-Uitgebreid
Klein >10 < 1.000 Idem
Micro <10 < 1.000 Idem

Natuurlijk hebben we het hier ‘maar’ over een rapportagestandaard. En wellicht is het goed om daarnaast te wijzen op de twee andere aspecten van ESG, namelijk kies ook een methode impact te managen en als dat lukt zelfs een methode om impact te waarderen.

 

Rapportagestandaarden ESRS (onderdeel van CSRD), VSME maar ook internationale standaard als GRI
Managementstandaard Bijvoorbeeld B-corp of ECOnGOOD
Waarderingssstandaard Schoenmaker en Schramade met long term businessvaluation

Meer lezen over ECOnGOOD: Home – Economy for the common good

Meer lezen over impact valuation: https://www.slideshare.net/slideshow/how-to-become-futureproof-business-set-goals-manage-impact-en-valuate-impact/276488370

 

VSME 2.0 nuttig

De VSME 2.0 is de vrijwillige standaard voor niet-beursgenoteerde kleine en middelgrote ondernemingen. Deze standaard is uitgebracht door de EFRAG aangestuurd vanuit de Europese commissie met als doel het versimpelen van duurzaamheidsrapportage t.o.v. de CSRD/ESRS. Dus een goede insteek, laten we simpel beginnen!

De VSME heeft verschillende doelen waaronder het ondersteunen bij de keten uitvraag van zowel CSRD-plichtige ondernemingen als banken/investeerders. Daarnaast wil zij met deze standaard ook ondersteunen bij het verbeteren van het management rondom duurzaamheidsonderwerpen (ESG) wat de onderneming helpt met groei en weerstand op korte- middellange- en lange-termijn. Als laatste wil zij met deze standaard ondernemingen ondersteunen in het bijdragen aan een duurzamere en inclusieve economie.

De VSME bestaat uit twee modules. De standaard module en de uitgebreide module. Deze standaard module is de basis voor de uitgebreide module en vormt een minimumvereiste ( met name bedoeld voor micro-ondernemingen). De uitgebreide module helpt bij informatie die relevant kan zijn voor banken, investeerders en zakelijke cliënten.

De basismodule bestaat uit een aantal onderwerpen waarover de onderneming moet rapporteren zolang het onderwerp van toepassing is op de specifieke omstandigheden van de onderneming. Daarnaast mag de onderneming relevante onderwerpen toevoegen mochten deze zich vaak voordoen in de sector (par. 10).

De onderwerpen uit de VSME worden, net als bij de CSRD, opgedeeld in de drie categorieën Environmental ( milieu) Social (sociaal/maatschappij) en Governance (bestuur). Hieronder een overzicht van de onderwerpen:

 

Basis Module – Algemene informatie

B1 – Basis voor de voorbereiding

B2 – Praktijken, beleid en toekomstige initiatieven

Uitgebreide Module – Algemene informatie

C1 – Strategie: Business Model en duurzaamheid –    gerelateerde initiatieven

C2 – Beschrijving van praktijken, beleid en toekomstige initiatieven

Basis Module – Milieu

B3 – Energie en GHG emissie

B4 – Vervuiling van lucht, water en grond

B5 – Biodiversiteit

B6 – Water

B7 – Grondstofgebruik, circulaire economie en afvalbeheer

Uitgebreide Module – Milieu

C3 – Doelstelling GHG reductie en klimaattransitie

C4 – Klimaatrisico’s

 

Basis Module – Sociaal/Maatschappelijk

B8 – Personeelsbestand – Algemene kenmerken

B9 – Personeelbestand – Gezondheid en veiligheid

B10 – Personeelsbestand – Beloning, collectieve onderhandeling en training

Uitgebreide Module – Sociaal/Maatschappelijk

C5 – Aanvullende (algemene) personeelskenmerken

C6 – Aanvullende eigen personeelsinformatie – mensenrechten

C7 – Negatieve mensenrechtenincidenten

Basis Module – Bestuur

B11 – Veroordelingen en boetes voor corruptie en omkoping

Uitgebreide Module – Bestuur

C8 – Inkomsten bepaalde sectoren en uitsluiting van EU-referentiebenchmarks

C9 – Genderdiversiteitsverhouding in het bestuursorgaan

Voor- en nadelen van VSME

Voordelen:

  • Simpele en duidelijke standaard
  • Bevat genoeg informatie voor de waardeketen
  • Vervangt de vragenlijsten van klanten en zakenpartners

Nadelen:

  • Verplicht de organisatie minder (t.o.v. de CSRD) om na te gaan denken over strategische stappen en beleid;
  • Kijkt erg beperkt naar de impact van de gehele waardeketen en mist daardoor ook de input van sleutelfiguren;
  • Risico tot greenwashing en foutieve data aangezien er geen accountantsverklaring bij zit
  • Lastig om de doorstart te maken naar de CSRD (als de organisatie groeit of de wetgeving wordt aangepast).

VSME met een +

Om bovenstaande nadelen te beperken is er ook de mogelijkheid om de VSME met dubbele materialiteitsanalyse (DMA), stakeholdersanalyse en waardeketenanalyse te kiezen als rapportagestandaard. Dit noemen wij de VSME+. De DMA heeft als voordeel dat de organisatie goed na gaat denken over de impact, risico’s en kansen van duurzaamheidsthema’s wat helpt bij bepalen van de echt belangrijke onderwerpen om over te rapporteren. Hierbij worden dan door de stakeholdersanalyse en waardeketenanalyse ook de impacts, risico’s en kansen vanuit de toelevering (upstream) en klanten/eindgebruikers (downstream) meegenomen. Vervolgens kan de vorm en kunnen de datapunten van de VSME gebruikt worden om daadwerkelijk te rapporteren over deze onderwerpen.

Mocht de organisatie dan toch volgens de CSRD/ESRS willen of moeten rapporteren dan heeft deze vorm het grote voordeel dat de basis voor het rapport al volgens de CSRD is gedaan. De VSME wordt hierdoor wel weer iets uitgebreid maar het toevoegen van deze stappen is strategisch gezien een logische keuze en helpt om meer (financiële, maar ook sociale en ecologische) toegevoegde waarde te leveren. Dat is impact gericht werken!

Bij deze variant wordt nog geen accountantsverklaring afgegeven waardoor er geen garantie is voor de volledigheid en betrouwbaarheid van de rapportage voor gebruikers van het rapport.

VSME met dubbele ++

Natuurlijk is kunnen we als accountants ook een controle uitvoeren en een controleverklaring (o.b.v. NVCOS 3810N) opstellen voor een VSME+ rapportage. Daarmee zou voor de VSME-U de garantie voor betrouwbaarheid en volledig conform accountantsnormen toe kunnen nemen….maar wat als MKB-ondernemers daar nu niet op zitten te wachten? Angst voor weer een (dure) controle hebben?

Alternatief is:  dat een VSME-rapportage niet wordt gecontroleerd, maar door een deskundige accountant wordt opgesteld. Bij Afier zetten ook in op de mogelijkheid dat MKB-ondernemingen de VSME-rapportage helemaal of grotendeels uitbesteden aan Afier. Wij stellen dat deze rapportage voor u op. In accountantstaal ‘wij stellen dan de rapportage voor u samen’. Dat geeft in onze ogen de mogelijkheid om de rapportage te voorzien van een samenstelverklaring. Daarmee heeft u een rapportage die door een (deskundig, VSME-kenner) accountant is opgesteld. dat kan op basis van de NVCOS 4410. In A4 van die regeling staat dat beschreven. Echter het verdient in onze ogen aanbeveling om een afzonderlijk richtlijn te maken voor samenstellen van duurzaamheids-verslagen. Deze noemen wij populair de NVCOS 4810N. En dit is een mix van NVCOS 4410 en NVCOS 3810N.

Voordelen van de VSME-U + met een SV (samenstelverklaring):

  1. Vergelijkbaarheid van MKB-bedrijven neemt toe;
  2. Rapportage is opgesteld door deskundig accountant met kennis van VSME en duurzaamheidsverslagging in het bijzonder;
  3. Rapportage is te gebruiken in keten om uitvraag van CSRD-plichtige ketenpartners te voorzien van informatie (create once, use many);
  4. Het is professioneel en kan zorgen voor onderscheidend vermogen in uw branche;
  5. Maar het aller belangrijkste: u doet iets aan een economie die binnen de planetaire grenzen wil komen. Volgende generaties en mensen in minder georganiseerde landen zijn blij met uw inzet.

Accountants en VSME 2.0

Natuurlijk kunnen we aan de slag, als MKB-accountants, met de VSME 2.0. We zullen onze dienstverlening daarop moeten aansluiten. Ik zie dat op de volgende manier:

 

# Afkorting Omschrijving Rol van accountant Standaard
1 VSME-B Vrijwillige standaard basisvariant Adviseur Eventueel NVCOS 4400
2 VSME-U Vrijwillige standaard uitgebreide variant Adviseur Eventueel NVCOS 4400
 3 VSME-U+ Uitgebreide variant maar dan met keten-stakeholder analyse en een DMA Adviseur Eventueel NVCOS 4400
4 VSME-U+ +SV Voorgaande maar dan met een verklaring van de accountant Samensteller NVCOS 4410  of nieuwe standaard
5 VSME-U+ +CV Voorgaande maar dan met een assurance verklaring van de accountant Controleur NVCOS 3810N

Standaard 4410 voldoende?

De standaard voor samenstellen is de NVCOS 4410. Deze is op zich voldoende om ook een duurzaamheidsverslag op te stellen. Het toepassingsgebied van de 4410 is best breed. Letterlijk staat er ‘de standaard kan, aangepast waar nodig, worden toegepast voor het opstellen en presenteren van: niet-financiele informatie (zie paragraaf A4).

Letterlijk tekst van A4 is:

Accountants kunnen tevens opdrachten aanvaarden om het management te ondersteunen bij het opstellen en presenteren van niet-financiële informatie, bijvoorbeeld emissieverslagen en kengetallen. In die omstandigheden kan de accountant deze standaard toepassen, voor zover noodzakelijk aangepast, als dat voor die soorten opdrachten relevant is.

Dit biedt ruimte….. immers er staat ook ‘aangepast waar nodig‘…..maar laten we dat dan gezamenlijk doen en in één standaard vastleggen. Anders is de kans op wildgroei en daarmee greenwashing groter.

De doelstellingen van 4410 is mijns inziens goed toepasbaar op VSME-rapportages: (artikel 16 aangepast waar nodig). De doelstellingen van de accountant bij een samenstellingsopdracht onder deze standaard zijn om:

  1. deskundigheid op het gebied van administratieve verwerking en financiële duurzaamheidsverslaggeving toe te passen om het management te ondersteunen bij het opstellen en presenteren van historische financiële duurzaamheidsinformatie in overeenstemming met een van toepassing zijnde stelsel inzake duurzaamheidsverslaggeving (VSME uitgebreid) op basis van informatie die door het management wordt verschaft; en
  2. in overeenstemming met de vereisten van deze standaard te rapporteren.

De 4410 is goed te gebruiken voor een opdracht tot samenstellen van een VSME-uitgebreide rapportage. We kunnen volgende elementen zeker 1 op 1 gebruiken:

  • Doelstellingen;
  • Toepassen Nadere voorschriften kwaliteitssystemen (NVKS)
  • Disclaimers (geen assurance)
  • Ethische voorschriften
  • Professionele oordeelsvorming
  • Verplichte tot juiste inzichten voor accountant;
  • Documentatie verplichtingen;

Dus dan is er helemaal geen nieuw NVCOS 4810N nodig…toch?

Of toch een 4810N?

Is er dan helemaal geen reden om voor een specifieke samenstelstandaard voor duurzaamheidsinfomatie te pleiten? Immers emissieverslagen staan bijvoorbeeld al expliciet in de 4410 genoemd? De 4410 bied de nodige ruimte en het grootste nadeel van de non-assurance verklaringen t.o.v. de assurance-verklaring is natuurlijk de kans dat accountant gaan opschrijven ‘conform van u ontvangen informatie’ en dan ook onvoldoende scherp zijn op juist de bijzondere aspecten van duurzaamheidsinformatie. Daarom is het in mijn ogen wel te overwegen een NVCOS 4810N op te stellen. Specifiek in Nederland opgesteld, maar wellicht kunnen we er ook een ISA 4810 EU van maken…? Iets voor Accountancy Europe.

Ik kan me voorstellen dat we de definities, de deskundigheidseisen (zie art 24 en ook A37), de fraude-richtlijn, het inzicht in de interne entiteit en de omgeving, specifieke kwalitatieve informatie, het totaalbeeld van duurzaamheidsinformatie, verslaggevingsinstructies en zo kunnen we nog wel even doorgaan. De nieuwe NVCOS 4810N zal helpen om greenwashing middels samengestelde duurzaamheidsverslagen tegen te gaan. Net even scherper dan een duurzaamheidsverslag op basis van 4410. En zeg nu zelf…zo’n werk is zo’n 4810N niet….en de NBA kan dan juist voor de in deze weken zo sneue ‘MKB-accountants met duurzaamheidsambities’ iets betekenen! En veel belangrijker, toch iets betekenen voor de naaiateliers in Bangladesh en voor de toekomstige generaties van MKB-familiebedrijven en daarmee de kinderen op deze planeet….en hun kinderen … en zo voort…! 

Dus dit blogje is ook beetje voor Brenn en al zijn leeftijdsgenoten. Brenn, onze schattige kleinzoon die net 6 maanden geworden is….

foto Nejron photo; Shutterstock.com

 

 

 

 

 

Bijlage wat uit NVCOS 3810N sowieso over te nemen in de nieuw NVCOS 4810N:

Definities over duurzaamheid

  1. Duurzaamheidsverslaggeving – verantwoording of onderdelen daarvan over een verslagperiode waarin een verantwoordelijke entiteit beoogde gebruikers informeert over het beleid, de bedrijfsvoering, de gebeurtenissen en de prestaties van de verantwoordelijke entiteit ten aanzien van één of meerdere duurzaamheidsonderwerpen.
  2. duurzaamheidsverslaggeving van een groep – duurzaamheidsverslaggeving die door middel van een consolidatieproces de duurzaamheidsinformatie van meer dan een entiteit of bedrijfseenheid omvat. Voor de toepassing van deze Standaard omvat een consolidatieproces:
    1. integrale en proportionele consolidatie;
    2. de presentatie van gecombineerde duurzaamheidsverslaggeving van de duurzaamheidsinformatie van entiteiten of bedrijfseenheden waarvoor geen moedermaatschappij bestaat maar waarover gezamenlijke zeggenschap wordt uitgeoefend of die onder gemeenschappelijke leiding staan; of
    3. de aggregatie van de duurzaamheidsinformatie van entiteiten of bedrijfseenheden zoals filialen of divisies

 

Deskundigheid

(Zie Par. A37)

24

Het opdrachtteam dient te beschikken over de voor het uitvoeren van de assurance-opdracht benodigde deskundigheid op de volgende gebieden:

  1. het uitvoeren van assurance-opdrachten op het gebied van duurzaamheidsverslaggeving in overeenstemming met de standaarden;
  2. de duurzaamheidsonderwerpen in het onderzoeksobject; en
  3. externe verslaggeving en verslaggevingsrichtlijnen voor duurzaamheidsverslaggeving; en
  4. maatschappelijke ontwikkelingen op deze gebieden.

A37

De deskundigheid van de accountant voor het onderzoeken van duurzaamheidsverslaggeving bestaat onder meer uit de volgende elementen:

Het uitvoeren van assurance-opdrachten op het gebied van duurzaamheidsverslaggeving in overeenstemming met de standaarden

  1. kennis van en ervaring met het geven van assurance bij andere dan historische financiële informatie in het algemeen en op het gebied van duurzaamheidsverslaggeving in het bijzonder, inclusief de toepassing van de daarvoor geldende assurance-standaarden van de IAASB respectievelijk de NBA;
  2. indien van toepassing een algemeen inzicht in assurance-standaarden en uitleg daarover, zoals de Guidance van de IAASB inzake Extended External Reporting;
  3. kennis van de branche.

De duurzaamheidsonderwerpen in het onderzoeksobject

  1. kennis van duurzaamheidsonderwerpen en van de technische risico’s op dat gebied;
  2. kennis van de milieu-, sociale en economische onderwerpen die in de duurzaamheidsverslaggeving aan de orde (behoren te) komen;
  3. kennis van branche-, nationale- of internationale afspraken, regels, conventies of protocollen;
  4. kennis van duurzaamheidsrisico’s in de waardeketen, bijbehorende relevante richtlijnen en wereldwijde ontwikkelingen.

Externe verslaggeving en verslaggevingsrichtlijnen voor duurzaamheidsverslaggeving

  1. kennis van de relevante richtlijnen voor externe duurzaamheidsverslaggeving, zoals het Integrated Reporting <IR> Raamwerk, de GRI Standards, de EU Non-Financial Reporting Directive en vergelijkbare andere nationale of internationale verslaggevingsregels en –aanbevelingen (hier dus toevoegen VMSE-B en VSME-U);
  2. inzicht in de belangrijke niet-financiële en politieke ‘issues’ die actueel zijn op het terrein van specifieke duurzaamheidsonderwerpen, nationaal of internationaal, zoals de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties;
  3. inzicht in de opvattingen, visies en belangen van beoogde gebruikers en hun gerechtvaardigde informatiebehoeften.

Maatschappelijke ontwikkelingen op deze gebieden

  1. kennis van de maatschappelijke ontwikkelingen op het gebied van relevante duurzaamheidsonderwerpen;
  2. kennis van de maatschappelijke ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheidsverslaggeving;
  3. kennis van de ontwikkeling van maatschappelijke normen en wet- en regelgeving, branche-, nationale- of internationale afspraken, regels, conventies of protocollen ten aanzien van duurzaamheidsonderwerpen.

 

Het verwerven van inzicht in de entiteit en haar omgeving inclusief haar interne beheersing

Het verwerven van inzicht in de entiteit en haar omgeving inclusief haar interne beheersing en het overwegen van risico’s in het onderzoeksobject

 

Het verkrijgen van inzicht in kwalitatieve informatie (Zie ook Par. A83)

43

Een aanzienlijk deel van de duurzaamheidsverslaggeving is doorgaans kwalitatief van aard (bijvoorbeeld informatie omtrent de strategie van de entiteit, haar beleid en gedragsregels en haar relatie met groepen van beoogde gebruikers). Kwalitatieve informatie in duurzaamheidsverslaggeving kan objectief (direct observeerbaar) of subjectief (afhankelijk van de perceptie van de opsteller van de duurzaamheidsverslaggeving) van aard zijn. Kwalitatieve informatie die subjectief van aard is, is daardoor afhankelijk van inschattingen van het management en daardoor sterker ontvankelijk voor oneigenlijke beïnvloeding van het management. De accountant dient daarom de mogelijke oneigenlijke beïnvloeding van het management mee te wegen bij het overwegen van risico’s.

44

De accountant dient specifiek inzicht te verwerven in het proces van de entiteit van het opstellen, verzamelen, samenvoegen en beoordelen van kwalitatieve informatie.

 

Het overwegen van risico’s als gevolg van fraude

Zie verder NVCOS 3810N

 

Totaalbeeld van de duurzaamheidsverslaggeving 86

De accountant dient het totaalbeeld van de duurzaamheidsverslaggeving te evalueren op onder meer de volgende aspecten:

  1. de wijze waarop de verantwoordelijke entiteit de beoogde gebruikers heeft geïdentificeerd en hun verwachtingen en belangen heeft geadresseerd;
  2. de wijze waarop de gerapporteerde informatie in de context van de specifieke duurzaamheidsonderwerpen is geplaatst;
  3. de wijze waarop de keuze voor gerapporteerde onderwerpen tot stand is gekomen en is toegelicht;
  4. de volledigheid van de verslaggeving, dat wil zeggen in hoeverre alle materiële onderwerpen, relevante (bedrijfs-)onderdelen en significante impact van de activiteiten van de entiteit zijn meegenomen in de duurzaamheidsverslaggeving.

87

Daarbij dient de accountant in ieder geval vast te stellen dat de verstrekte informatie niet misleidend is, de verslaggeving qua inhoud evenwichtig is en de behandelde onderwerpen duidelijk en toereikend zijn toegelicht, in overeenstemming met de van toepassing zijnde criteria.

93

Wanneer het document dat de duurzaamheidsverslaggeving alsmede het assurance-rapport bevat ook andere informatie bevat, dient de accountant die andere informatie te lezen om eventuele van materieel belang zijnde inconsistenties met de informatie in de duurzaamheidsverslaggeving of het assurance-rapport te identificeren. 

 

Bronnen voor criteria voor duurzaamheidsverslaggeving zijn onder meer

A43

Bij het beoordelen van het duurzaamheidsverslaggevingsbeleid en de geschiktheid van de criteria betrekt de accountant de gehele waardeketen waarbinnen de entiteit werkzaamheden verricht. De wijze waarop de waardeketen betrokken dient te worden in de duurzaamheidsverslaggeving zal conform paragraaf 27b onderdeel moeten zijn van de van toepassing zijnde criteria, en indien deze ontbreken, onderdeel zijn van de door de entiteit ontwikkelde eigen criteria. Misstanden in de gehele waardeketen, zoals ontbossing, kinderarbeid of het ontbreken van een eerlijke beloning voor arbeiders, worden, indien sprake is van een materiële invloed, geacht ook onderdeel uit te maken van de duurzaamheidsverslaggeving van de entiteit.

A51

Voor het identificeren van de beoogde gebruikersgroepen voor het bepalen van de gerechtvaardigde informatiebehoeften dient onderstaande indeling als voorbeeld maar is niet limitatief:

54

Bij de identificatie van de relevante onderwerpen in de duurzaamheidsverslaggeving bepaalt het bestuur van de entiteit de selectie op basis van de van toepassing zijnde criteria. Criteria kunnen daarbij als basis het concept ‘dubbele materialiteit’ hanteren. 

A91

Frauderisicofactoren die verband houden met frauduleuze duurzaamheidsverslaggeving worden geclassificeerd op basis van de drie omstandigheden die zich bij het bestaan van fraude gewoonlijk voordoen:

Werkzaamheden met betrekking tot schattingen

(Zie Par. 60, 61, 62B en 62R)

A113

Duurzaamheidsverslaggeving kan schattingen bevatten. Schattingen variëren sterk van aard en het is nodig dat zij door het management worden gemaakt wanneer de kwantitatieve informatie niet rechtstreeks kan worden waargenomen. 

Totaalbeeld duurzaamheidsverslaggeving

(Zie Par. 86 en 87)

A131

Om het totaalbeeld van de duurzaamheidsverslaggeving te evalueren, is het over het algemeen zinvol dat de accountant gericht onderzoek verricht op verschillende momenten gedurende de assurance-opdracht. Dit onderzoek kan onder meer bestaan uit:

  1. gericht media-onderzoek;
  2. analyse van opvolging van eerdere gerapporteerde doelstellingen, toezeggingen aan en overeenkomsten met externe initiatieven; etc.
  3. vergelijking met (interne/externe) managementrapportages, notulen bestuursvergaderingen, etc.